Het museum als media-producent
Wie geen tijd heeft om naar het museum te gaan en toch iets over kunst of kunstgeschiedenis wil leren doet er goed aan af en toe te surfen naar MoMA Multimedia, de interactieve website van het Museum of Modern Art in New York. Het is een van de mooiste plekken op het internet. Je kunt er interviews bekijken met curatoren en kunstenaars (waaronder Tim Burton en Spike Jonze), lezingen bijwonen, of een virtuele cursus zeefdrukken of houtsnij¬den volgen. Al die informatie werkt even verzadigend als verslavend; voor je het weet ben je een uur verder.
De internetstrategie van Nederlandse musea
Ook in Nederland wint het fenomeen terrein. Was een museum vroeger aangewezen op een documentaire bij de AVRO, of, als het mazzel had, een item in het journaal, tegenwoordig nemen musea zelf het heft in handen. Het Groninger Museum en Het Stedelijk Museum Amsterdam zijn aanwezig op sociale netwerksites als Hyves en Facebook; het Van Gogh Museum werd onlangs partner van Artbabble. En vorige maand spraken Nationaal Historisch Museum directeuren Erik Schilp en Valentijn Bijvanck de ambitie uit dat hun Nationaal Historisch Museum het nummer één museum moest worden op het gebied van webtechnologie en multimedia applicaties.
Voorop in die ontwikkeling loopt het Rotterdamse Museum Boijmans van Beuningen. In oktober lanceerde het ArtTube, een online videokanaal waarop het museum zelfgeproduceerde items toont.


1 opmerking:
Die musea zijn wel al wat verder dan wij. Mooie voorbeelden van hoe je digitaal aantrekkelijk aanwezig kunt zijn.
Dat zelf spelen bij MoMa moeten we op de één of andere manier ook zien toe te passen in de bibliotheek. Ik weet nog niet hoe maar het lokt daar wel uit om wat langer te blijven lijkt me.
Een reactie posten